ADHD en Hechting. Wanneer jezelf zijn spanning geeft.

ADHD hechting en zelfexpressie

Inhoudsopgave of lees verder bij

Over aanpassen, autonomie en het hervinden van jezelf

Auteur: Janneke Lenders-Goossens, GZ-psycholoog ADHDVISIE.

Veel mensen met ADHD leren al vroeg dat zichzelf zijn niet altijd veilig voelt.
Dat hun energie te veel is.
Hun emoties te intens.
Hun spontaniteit te onvoorspelbaar.

Dus doen ze iets wat voor een kind heel logisch is: ze passen zich aan.
Niet omdat ze dat willen, maar omdat verbinding behouden belangrijker is dan authenticiteit.

Misschien raakte het me daarom ook zo toen ik in mijn latere werk als GZ-psycholoog besefte hoe essentieel expressie eigenlijk is.  Het vermogen om jezelf te uiten in woorden, beweging of gedrag is geen luxe.
Het is iets fundamenteels.

Als kind merkte ik dat eigenlijk al.
Ik voelde intens.
Ik was snel enthousiast, snel geraakt en soms impulsief.
Ik kon overprikkeld raken of emoties hebben die er plotseling uitkwamen.

Achteraf gezien had dat veel te maken met mijn ADHD. Maar dat wist ik toen nog niet.
Wat ik wél wist: mijn manier van zijn werd niet altijd begrepen en vaker afgewezen.

Een meta-analyse onder volwassenen met ADHD vond aanzienlijk meer emotionele dysregulatie dan bij controlegroepen; bovendien hing ernst van ADHD-symptomatologie samen met ernst van emotionele dysregulatie. Een recentere systematische review concludeert eveneens dat volwassenen met ADHD vaker minder adaptieve emotieregulatiestrategieën gebruiken en beschrijft verbanden met executieve functies en andere problematiek

ADHD hechting en autnomie.

In de ontwikkelingspsychologie wordt vaak gesproken over twee fundamentele menselijke behoeften:
hechting en autonomie.

Hechting gaat over verbinding. Over erbij horen. Over de ervaring dat je gezien en geaccepteerd wordt. Voor zoogdieren (en dus ook voor mensen) is dat letterlijk een overlevingsmechanisme.  Een kind is afhankelijk van zijn ouders voor zorg, bescherming en regulatie, en kan niet zonder die verbinding.

Maar er is ook een tweede basisbehoefte: autonomie.
Autonomie betekent dat je verbonden blijft met jezelf.
 Dat je voelt wat je voelt.
 Dat je weet wat je nodig hebt.
 En dat je jezelf kunt uitdrukken in de wereld.

Deze behoeften worden vaak omschreven als de kern van een gezonde ontwikkeling.

Idealiter gaan ze samen: je kunt jezelf zijn én verbonden blijven met anderen.
Maar soms ontstaat er spanning tussen die twee.

Wanneer jezelf zijn spanning geeft

Stel je een kind voor dat gevoelig, energiek en impulsief is.
Wanneer die eigenschappen niet goed worden begrepen, ontstaat er vaak, meestal onbedoeld, een impliciete boodschap: Zoals jij bent, is lastig.

Dan ontstaat er een diep dilemma:
Als ik mezelf blijf, raak ik verbinding kwijt.
Als ik verbinding wil houden, moet ik mezelf aanpassen.

Voor een kind is de keuze eigenlijk al gemaakt.

Verbinding opgeven betekent veiligheid opgeven.
Als kind ben je volledig afhankelijk van je ouders of verzorgers voor bescherming, zorg en regulatie.
Zonder die verbinding is er letterlijk geen veiligheid.

Dus kiest het kind voor hechting en offert het autonomie op.

Dit patroon zien we in de praktijk bij veel, maar zeker niet alle, mensen met ADHD terug.

Wanneer jezelf zijn spanning geeft in relaties, kiest een kind bijna altijd voor verbinding, zelfs als dat betekent dat het zichzelf moet aanpassen.

 

ADHD is geen hechtingsprobleem

ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis met een sterke genetische component.
Hechtingsproblemen veroorzaken geen ADHD. Wel ontwikkelt iemand met ADHD zich binnen relaties en een sociale omgeving.

Ervaringen van veelvuldig corrigeren, afwijzing, onbegrip of voortdurend moeten aanpassen kunnen daardoor invloed krijgen op zelfbeeld, emotieregulatie en de manier waarop iemand relaties beleeft.

Binnen ADHDVISIE noemen we die secundaire psychologische gevolgen de gevolgschade van ADHD of ook wel het  “ADHD trauma”.

ADHD aanpassen en het interne kompas.

Wanneer autonomie onder druk komt te staan, leert een kind zijn eigen signalen minder te vertrouwen.
Het interne kompas verschuift naar buiten.

Veel volwassenen met ADHD herkennen dat later in hun leven.
Ze hebben geleerd vaak tegen hun natuur in hun energie te temperen, impulsen te onderdrukken of emoties in te houden, omdat dat veiliger voelde in relaties.

De aandacht verschuift steeds meer naar de omgeving:

Doe ik het goed? Wat verwachten anderen van mij?

Vanuit de polyvagaaltheorie wordt dit vaak beschreven als een vorm van verhoogde alertheid. Ons zenuwstelsel scant voortdurend, vaak buiten ons bewustzijn om, of een situatie veilig is. Binnen de polyvagaaltheorie wordt hiervoor het begrip neuroceptie gebruikt.

Wanneer verbinding onzeker voelt, wordt die neuroceptie gevoeliger.
Het lichaam gaat sneller signalen van mogelijke afwijzing oppikken: een blik, een toon, een kleine verandering in sfeer.

Het zenuwstelsel schakelt dan gemakkelijker over naar een toestand van waakzaamheid, waarin we de omgeving voortdurend scannen op signalen van acceptatie of afwijzing.
Die staat helpt ons aanpassen en relaties behouden.

Maar wanneer deze alertheid langdurig actief blijft, verschuift de aandacht steeds verder van binnen naar buiten.

En juist daar raakt het thema van hechting en autonomie elkaar.
Want wanneer een kind moet kiezen tussen zichzelf blijven of verbonden blijven, zal het vrijwel altijd kiezen voor verbinding.

Het lichaam voelt dat vaak eerder dan het hoofd en past zich daarop aan.

Wanneer er juist veiligheid en acceptatie wordt ervaren, kan het zenuwstelsel meer in een toestand van veiligheid en ontspanning komen, waarin verbinding én autonomie naast elkaar kunnen bestaan.

ADHD en het herkennen van lichaamssignalen.

Een minder zichtbaar gevolg is dat mensen soms ook het contact met hun lichaam verliezen.

Ons lichaam geeft voortdurend signalen: spanning, vermoeidheid, enthousiasme, onrust.

Maar wanneer je als kind vaak hebt geleerd die signalen te negeren ( omdat je stil moest zitten terwijl je lijf wilde bewegen, of omdat emoties “te veel” waren ) kan dat interne kompas naar de achtergrond raken.

Veel volwassenen met ADHD merken dat ze hun grenzen pas voelen wanneer ze al over hun energie heen zijn.

Dat heeft enerzijds te maken met het verminderde contact met of het minder erkennen van interne signalen, maar ook met hoe verschillende breinnetwerken samenwerken.
Onder andere het salience netwerk, dat een rol speelt in het schakelen tussen interne beleving en taakgerichte aandacht, lijkt bij ADHD minder efficiënt te functioneren. Mogelijk draagt dit eraan bij dat sommige mensen met ADHD minder gemakkelijk schakelen tussen inspanning en herstel, waardoor iemand soms langer doorgaat dan goed voelt.

En juist dat maakt dit patroon bij ADHD vaak nog complexer.

Autonomie herstellen betekent daarom vaak ook: opnieuw leren luisteren naar je lichaam.

Dit patroon waarin verbinding belangrijker wordt dan jezelf blijven kan bij iedereen ontstaan, maar lijkt bij ADHD vaak intenser naar voren te komen.

Onderzoek laat verbanden zien tussen ADHD en hechtingspatronen, al is nog niet duidelijk hoe die relatie precies ontstaat. ADHD veroorzaakt dus geen onveilige hechting en onveilige hechting veroorzaakt geen ADHD. Wel kunnen ADHD-kenmerken invloed hebben op interacties met de omgeving, terwijl relationele ervaringen op hun beurt invloed kunnen hebben op hoe iemand leert omgaan met emoties, zichzelf en anderen.

ADHD is in de basis een neurobiologische ontwikkelingsstoornis.
Tegelijkertijd beïnvloeden ervaringen in de omgeving hoe iemand met die kwetsbaarheid leert omgaan.

Kinderen met ADHD ontvangen naar schatting veel meer extra negatieve correcties.
Dat zijn geen losse opmerkingen.
Het zijn boodschappen.

Te druk.
Te impulsief.
Te chaotisch.
Langzaam kan de overtuiging ontstaan: Zoals ik ben, klopt er iets niet.

Veel kinderen leren daarom hun energie te temperen, hun impulsen te onderdrukken en zich aan te passen of zichzelf te overvragen. Ik ben, wie jij wilt dat ik ben.

Niet omdat ze dat willen.
Maar omdat ze erbij willen horen.

De gevolgen van jarenlang aanpassen bij ADHD

ADHD wordt vaak gezien als een probleem van concentratie.
Maar voor velen gaat het echt dieper.

Op latere leeftijd kan het volgende patroon zichtbaar worden:

weten dat je potentie hebt,  steeds opnieuw proberen het beter te doen, overweldigd raken voordat je begonnen bent,  toch vastlopen en jezelf daar vervolgens op afrekenen.

En na jaren kan er een stem ontstaan die steeds luider wordt:

Waarom lukt dit mij niet?

Motivatie en in beweging komen

Veel volwassenen met ADHD herkennen dit ook op een andere manier:
als moeite om in beweging te komen, dingen uit te stellen of vast te lopen in motivatie.

Ze vragen zich af waarom ze verlamd raken, het hen niet lukt om te beginnen, vol te houden of te doen wat ze zich hebben voorgenomen. Wat vaak opvalt, is dat dit niet losstaat van alles wat eraan voorafgaat.

In beweging komen wordt moeilijker wanneer je het contact met jezelf bent kwijtgeraakt.

Wanneer je niet meer goed voelt wat belangrijk voor je is. Wanneer je interne kompas naar buiten is verschoven. Wanneer je vooral bezig bent met wat er van je verwacht wordt, in plaats van wat van binnenuit klopt.

Soms uit zich dat in moeite om te starten of blijven dingen liggen.
Maar het kan zich ook op een andere manier laten zien:
in overcompenseren, perfectionisme of controle, waarbij je jezelf juist voorbij loopt. 

Wat vaak wordt ervaren als motivatieproblemen bij ADHD of uitstelgedrag, blijkt dan niet enkel te gaan over wilskracht, maar over hoe het brein werkt in combinatie met het verlies van richting, verbinding en autonomie.

Juist die combinatie maakt dat in beweging komen zo complex kan voelen.

Begrijpen hoe je brein werkt

Voor mij veranderde er iets toen ik mijn ADHD echt begon te begrijpen. Niet alleen psychologisch, maar ook neurologisch.

Ik begon te zien hoe verschillende breinnetwerken betrokken zijn bij motivatie, aandacht, zelfreflectie en emotieregulatie en hoe deze netwerken elkaar soms versterken en soms juist in de weg kunnen zitten.

Dat echt begrijpen van de ADHD en de gevolgen deed iets belangrijks.
Het haalde de schuld eraf 💛.

En misschien nog belangrijker: het gaf een nieuw soort autonomie.

Want wanneer je begrijpt hoe je ADHD werkt, wordt ook duidelijker wat je kunt beïnvloeden en wat niet, en kun je leren milder naar jezelf te kijken.

Binnen ADHDVISIE werken we veel met het idee van breinnetwerken. Wanneer je die netwerken beter leert begrijpen, verandert er iets fundamenteels.
Gedrag voelt minder als een persoonlijk falen en meer als een samenspel van systemen.

Van daaruit kun je strategieën ontwikkelen die wél bij je passen en afgestemd zijn op je ADHD.

Niet door jezelf in een neurotypische vorm te dwingen.
Maar door te leren met je brein te werken in plaats van ertegen.

Autonomie hervinden begint vaak met iets eenvoudigs: begrijpen hoe jouw brein werkt.

ADHD en de weg terug naar jezelf

Voor veel mensen met ADHD gaat herstel niet alleen over structuur of planning.
Het gaat ook over iets diepers: opnieuw verbinding maken met jezelf.

Voelen wat je energie geeft.
Herkennen wanneer je jezelf aanpast uit angst voor afwijzing.
En langzaam weer ruimte maken voor expressie.

Voor mij betekende dat iets heel concreets: weer gaan dansen. Weer zingen.
De energie die altijd al in me zat niet langer alleen proberen te reguleren, zoals anderen misschien verwachten, maar ook een plek geven om te stromen.

Misschien herken je het.

Dat aanpassen.
Dat maskeren.
Dat gevoel dat er iets in je roept om gezien te worden zoals je echt bent.

Misschien vraag je je soms af:
Wie zou ik zijn als ik mezelf niet steeds hoefde in te houden of juist te overbelasten?

Die vraag kan het begin zijn van iets nieuws.

Niet alleen leren omgaan met ADHD, maar ook opnieuw ontdekken wie je eigenlijk bent.

Wil je meer weten of kijken of een traject binnnen ADHDVISIE passend is?
Plan dan gerust een vrijblijvende kennismaking.

Veelgestelde vragen over ADHD en hechting

Heeft ADHD invloed op hechting?

ADHD en hechting zijn niet hetzelfde.

ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis, terwijl hechting gaat over de manier waarop een kind binnen belangrijke relaties veiligheid, nabijheid en vertrouwen ontwikkelt.
Onderzoek laat wel verbanden zien tussen ADHD en hechtingspatronen, maar hoe die relatie precies ontstaat is complex. ADHD-kenmerken zoals impulsiviteit, sterke emoties of moeite met zelfregulatie kunnen invloed hebben op interacties met de omgeving. Andersom kunnen ervaringen binnen relaties invloed hebben op hoe iemand leert omgaan met emoties, zichzelf en anderen.
ADHD betekent dus niet automatisch dat iemand onveilig gehecht is.

Kan onveilige hechting ADHD veroorzaken?

Nee, ADHD wordt niet veroorzaakt door onveilige hechting.
ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis waarbij erfelijke factoren een belangrijke rol spelen.
Wel kunnen ADHD en problemen rondom hechting naast elkaar bestaan. Bovendien kunnen ervaringen tijdens het opgroeien invloed hebben op hoe iemand zijn ADHD beleeft en ermee leert omgaan.
 
Een kind dat bijvoorbeeld regelmatig wordt gecorrigeerd vanwege druk, impulsief of chaotisch gedrag, kan daar uiteindelijk conclusies over zichzelf aan verbinden. Niet alleen: dit gedrag is lastig, maar bijvoorbeeld: ik ben lastig.
 
Daarom vinden wij het belangrijk onderscheid te maken tussen ADHD zelf en de psychologische gevolgen die gedurende het leven rondom ADHD kunnen ontstaan.

Waarom passen mensen met ADHD zich zoveel aan?

Niet iedereen met ADHD doet dit, maar veel volwassenen vertellen dat ze al jong hebben geleerd bepaalde kanten van zichzelf te onderdrukken of te compenseren.
Ze proberen bijvoorbeeld minder druk te zijn, controleren zichzelf voortdurend, werken extra hard om geen fouten te maken of houden emoties in om anderen niet tot last te zijn.
 
Op korte termijn kan aanpassen helpen om mee te komen en verbinding met anderen te behouden. Wanneer iemand dit jarenlang doet, kan het echter steeds moeilijker worden om te voelen: Wat wil ik eigenlijk? Wat heb ik nodig? Waar ligt mijn grens?
 
Aanpassen wordt dan zo vanzelfsprekend dat je soms nauwelijks meer merkt hoeveel energie het kost.

Wat is de relatie tussen ADHD en een negatief zelfbeeld?

ADHD heeft invloed op aandacht, impulsiviteit en executieve functies. Mensen groeien daarnaast ook op met reacties op hun gedrag.
Wanneer je vaak hoort dat je beter moet opletten, rustiger moet zijn, dingen gewoon moet afmaken of beter je best moet doen, kan dat invloed krijgen op hoe je naar jezelf kijkt.
Sommige volwassenen met ADHD ontwikkelen daardoor overtuigingen als: ik ben lui, ik ben chaotisch, ik stel mensen teleur of ik ben niet goed genoeg.
 
Binnen ADHDVISIE kijken we daarom niet alleen naar ADHD-kenmerken, maar ook naar wat jarenlang leven met ADHD met iemands zelfbeeld kan hebben gedaan.

Wat bedoelen jullie met de gevolgschade van ADHD?

Met gevolgschade bedoelen wij niet de ADHD zelf, maar psychologische patronen en klachten die gedurende het leven rondom ADHD kunnen ontstaan.
 
Denk bijvoorbeeld aan een negatief zelfbeeld, perfectionisme, onzekerheid, overcompenseren, jezelf aanpassen of bang zijn om anderen teleur te stellen.
 
Niet iedereen met ADHD ontwikkelt deze patronen en ze kunnen ook andere oorzaken hebben. Maar wanneer iemand jarenlang probeert te functioneren met ADHD zonder goed te begrijpen waarom bepaalde dingen zoveel moeite kosten, kan dat zijn sporen nalaten.
Daarom vinden wij het belangrijk om niet alleen te vragen: Hoe werkt jouw ADHD?
Maar ook: Wat heeft jarenlang leven met ADHD met jou gedaan?

Kunnen ADHD en hechtingsproblemen naast elkaar bestaan?

Ja.
Iemand kan ADHD hebben én daarnaast problemen ervaren rondom hechting, relaties of vertrouwen.
 
Het is daarbij belangrijk om niet automatisch het ene vanuit het andere te verklaren. ADHD veroorzaakt niet simpelweg een onveilige hechting en hechtingsproblemen veroorzaken geen ADHD.
Wel kunnen neurobiologische kwetsbaarheden en levenservaringen elkaar gedurende de ontwikkeling beïnvloeden. Daarom kan het bij complexe klachten belangrijk zijn om zowel naar ADHD als naar iemands ontwikkelingsgeschiedenis en relationele ervaringen te kijken.

Wat is het verschil tussen ADHD en trauma?

ADHD en trauma zijn verschillende dingen.
ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis.
Trauma verwijst naar de psychologische en lichamelijke gevolgen van ingrijpende of overweldigende ervaringen.
 
Sommige kenmerken kunnen op elkaar lijken. Problemen met concentratie, emotieregulatie, onrust, overprikkeling en moeite met het reguleren van spanning kunnen bijvoorbeeld bij verschillende vormen van problematiek voorkomen.
Daarnaast kunnen ADHD en traumagerelateerde klachten naast elkaar bestaan.
Daarom is het belangrijk om niet ieder probleem bij iemand met ADHD automatisch aan ADHD toe te schrijven, maar ook niet ieder ADHD-kenmerk vanuit trauma te proberen te verklaren. Goede diagnostiek kijkt naar het totale ontwikkelingsverhaal.

Wat bedoelen jullie met het ADHD-trauma

Wanneer wij binnen ADHDVISIE spreken over het ADHD-trauma, bedoelen we daarmee niet automatisch een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Het is ook geen officiële DSM-5-TR-classificatie.
 
We gebruiken de term om woorden te geven aan de psychologische gevolgschade die kan ontstaan door jarenlang leven met ADHD in een omgeving waarin je manier van denken, voelen en functioneren niet altijd wordt begrepen of geaccepteerd.
 
Veel mensen met ADHD hebben bijvoorbeeld al jong geleerd om zichzelf sterk aan te passen. Ze temperen hun energie, houden emoties in, proberen fouten te voorkomen of richten zich voortdurend op wat anderen van hen verwachten. Wanneer je vaak wordt gecorrigeerd, afgewezen of het gevoel krijgt dat je anders zou moeten zijn, kan de aandacht steeds meer naar buiten verschuiven.
 
Doe ik het wel goed? Wat verwacht de ander van mij? Ben ik niet te veel?
 
Daardoor kan een verhoogde gevoeligheid ontstaan voor signalen uit de omgeving, zoals een verandering in iemands toon, kritiek of mogelijke afwijzing. Tegelijkertijd kan het moeilijker worden om te voelen wat je zelf nodig hebt, waar je grenzen liggen en wat werkelijk bij jou past.
Met ADHD-trauma verwijzen we dus niet naar één specifieke traumatische gebeurtenis, maar naar de mogelijke reactieve gevoeligheid en psychologische patronen die gedurende jarenlang leven met ADHD kunnen ontstaan. Denk aan een negatief zelfbeeld, perfectionisme, overcompenseren, aanpassen, verhoogde alertheid op de omgeving en het verliezen van een deel van je spontaniteit en authenticiteit.
Niet iedereen met ADHD ontwikkelt deze patronen en ze kunnen ook andere oorzaken hebben. Daarom vinden we het belangrijk om ADHD-trauma niet als diagnose te gebruiken, maar als een manier om te onderzoeken:
Wat heeft jarenlang leven met ADHD met jou gedaan?

Bronnen en inspiratie

 

  • Bowlby, J. (1982). Attachment and Loss: Vol. 1. Attachment (2nd ed.). Basic Books. (Original work published 1969).
  • Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological Inquiry, 11(4), 227–268. https://doi.org/10.1207/S15327965PLI1104_01
  • Graziano, P. A., & Garcia, A. (2016). Attention-deficit hyperactivity disorder and children’s emotion dysregulation: A meta-analysis. Clinical Psychology Review, 46, 106–123. https://doi.org/10.1016/j.cpr.2016.04.011
  • Hirsch, O., Chavanon, M., Riechmann, E., & Christiansen, H. (2018). Emotional dysregulation is a primary symptom in adult Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder (ADHD). Journal of Affective Disorders, 232, 41–47. https://doi.org/10.1016/j.jad.2018.02.007
  • Kooij, J. J. S., Bijlenga, D., Salerno, L., Jaeschke, R., Bitter, I., Balázs, J., et al. (2019). Updated European Consensus Statement on diagnosis and treatment of adult ADHD. European Psychiatry, 56, 14–34. https://doi.org/10.1016/j.eurpsy.2018.11.001
  • Storebø, O. J., Rasmussen, P. D., & Simonsen, E. (2016). Association between insecure attachment and ADHD: Environmental mediating factors. Journal of Attention Disorders, 20(2), 187–196.
  • Wylock, J.-F., Borghini, A., Slama, H., & Delvenne, V. (2021). Child attachment and ADHD: A systematic review. European Child & Adolescent Psychiatry. https://doi.org/10.1007/s00787-021-01773-y

Aanvullende theoretische bronnen

  • Maté, G. (1999/2019). Scattered Minds: The Origins and Healing of Attention Deficit Disorder. Vermilion.
  • Porges, S. W. (2011). The Polyvagal Theory: Neurophysiological Foundations of Emotions, Attachment, Communication, and Self-Regulation. W. W. Norton & Company.
  • Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2017). Self-Determination Theory: Basic Psychological Needs in Motivation, Development, and Wellness. Guilford Press.

Meedoen gratis Webinar?

Focus op de Kern.
Module 1 ADHD PROOF training GRATIS 12 oktober 2026 15.15 - 16.30 ZOOM